Kunstfilosofie

Recensie

Een kind keilt een steen over het water

Opmerkingen bij de manier waarop kunst ontstaat. Volkmar Mühleis (Cagiers van het IvOK) eerste druk 2009 Uitgeverij Acco Leuven/Den Haag. ISBN 987 90 334 7561 0

Janneke van Wijk

Slogan van ACCO Uitgeverij is “Van boeken ga je denken”. Voor dit cahier gaat dit zeker op. Voor wie niet regelmatig wetenschappelijke publicaties leest is het taaie kost, maar wel een snelle manier om bij te scholen en in contact te komen met kunstfilosofie en de terminologie van de kunsttheoreticus.
Het cahier is het resultaat van een onderzoeksproject waarin de auteurs verschillende vormen van artistieke werkzaamheid vanuit filosofische hoek tegen het licht wilden houden. Om dit te doen zijn ze in de periode 2006-2009 geregeld gaan praten met vijf kunstenaars over de manier waarop zijzelf tegen hun artistieke bezigheid aankeken.
Beslissend bij de keuze van kunstenaars was dat zij zich van elkaar onderscheiden door hun nationaliteit, leeftijd en ervaring. Allen werken zij met verschillende media. De kunstenaars zijn Parastou Forouhar (Iran/Duitsland), Michaela Melian (Duitsland), Maurice van Tellingen (Nederland), Wim Catrysse (Belgie) en Angelo Vermeulen (Belgie).
Een filosofische studie over artistieke werkzaamheid, is dat nodig? In de kunsttheorie omschrijft men meestal kunst vanuit de interactie tussen vier factoren; de ruimte waarin ze te zien is, het kunstwerk zelf, zijn maker en zijn ontvanger. Bernard Waldenfels zet vraagtekens bij dit soort communicatiemodellen; hij vindt dat ze het denken over kunst in een keurslijf dwingen. Voor Volker Mühleis als kunstfilosoof reden om de confrontatie aan te gaan met de kunstenaar.

De probleemstelling van het onderzoek is: Wanneer is een artefact een kunstwerk?

Om daar een antwoord op te krijgen krijgt de lezer van dit cahier een uiteenzetting van logische denkwijzen die de kunstfilosofen als basis voor hun zoektocht hanteren. Begrippen als dialectiek en responsiviteit worden inhoudelijk uiteengezet. Maar niet zoals gebruikelijk met regels horizontaal op de bladspiegel maar de lay-out bestaat uit regels in cirkels. Het kostte mij in het begin nogal wat moeite om te bevatten wat er was geschreven en de afwijkende layout kwam mij vreemd over. Daarbij wekten zinnen als: “bestaat er een implicietheid die niet kan worden geëxpliciteerd die slechts indirect werkt?” en “bestaat er een oorspronkelijke indirectheid die niet als voorlopig [noot van de auteur;ten opzichte van het directe] dient begrepen te worden” associaties op met de teksten uit de strips van Gumbahh.
Juist deze ervaring tijdens lezen van dit boek droeg bij aan het invoelen van deze theoretische begrippen. Kenmerkend voor dialectiek is het tegenover elkaar staan van ‘hetzelfde’ en ‘het andere’ en bij responsiviteit staan ‘het eigene’ en het vreemde’ tegenover elkaar. Ik moest meteen denken aan mijn jongste van zeven die zich onlangs afvroeg: “Waarom ben ik eigenlijk ik?” En: “ik kan wel aan een ander vragen hoe die zich voelt, maar dan weet ik het nog niet want ik kan het niet ook zo voelen”. Het eigene denken vanuit het vreemde betekent dat men naar de orde (het ‘gewone’) kijkt vanuit wat erbuiten valt (het ‘buitengewone’).
Na alle gesprekken met de kunstenaars konden de volgende momenten worden onderscheiden. De artistieke werkzaamheid en misschien herkent u deze bij uw leerlingen ; ) bevat de volgende niet lineaire, maar differentiële fasen:
de dissociatie-depresentatie van wat zich onttrekt; (oftewel ik heb een vaag idee, ik ga op zoek)
het op het spoor komen van presentaties, een speels verkennen van mogelijke representaties (zo mooi omschreven als opwellingen van hartstocht)
het idee
de uitwerking
voorbereiding van de tentoonstelling of performance
de tentoonstelling of performance
de follow-up als respons op tentoonstelling of performance (de epigenese) (bijvoorbeeld een complete her-montage van een film)

Al deze fasen zijn van toepassing op alle kunstvormen; voor vormgeving net zo goed als voor literatuur, schilderkunst of muziek. Het belangrijkste, concluderen de onderzoekers, is beweging. Die beweging kan allerlei vormen aannemen; sommigen wijden zich uitsluitend aan een metier; anderen zijn actief op verschillende vlakken en switchen tussen kunst en literatuur kunst en wetenschap, kunst en filosofie. Het gaat om een vanuit de leefwereld gestimuleerde en op het kunstwerk georiënteerde beweeglijkheid. En daar houdt Kunstzone, beweeglijk en multidisciplinair als we zijn, van.




.  Nieuws overzicht